Ik voel dus ik ben

Ik voel dus ik ben

Vrij naar de filosofische instelling ‘Ik denk dus ik ben’ van de filosoof René Descartes.

 

 

Wanneer er sprake is van kindermishandeling, wordt er over grenzen gegaan. Persoonlijke grenzen. Grenzen die gerespecteerd hoorden te worden, grenzen die veilig zouden moeten zijn, grenzen die een kind niet kon bewaken en dus grenzen die de volwassene doelbewust negeerde en overschreed.

 

 

Wat heeft grenzen stellen nu te maken met ‘ik voel dus ik ben?’

Alles zou ik zeggen

 

Ik voel mijn grenzen. Dat is eigenlijk deze twee samengevat.

 

Ik voel mijn grenzen als volwassene.

Steeds opnieuw blijft dat een oefening. Maar het helpt als ik dat vanuit voelen doe. Dan kan ik eerst mijn eigen grens voelen en dat dan uitdragen naar een ander. Hoewel dat uitdragen niet altijd gemakkelijk is, blijf ik het proberen. Soms heb ik niet in de gaten dat ik over mijn eigen grenzen ga. Of soms struikel ik in het verwoorden van mijn grens naar de ander. Soms gaat het wel gelijk goed. Dat blijft een leerproces. Gelukkig ben ik daarin nooit uitgeleerd.

Het begint allemaal met bewustzijn. Bewust zijn van wat ik voel en wat mijn grens is.

 

Ben jij je bewust van je eigen grenzen?

Durf jij je grenzen aan te geven?

Durf je aan jezelf toe te geven wanneer dat makkelijk gaat en wanneer het lastiger voor je is?

Advertenties

Grenzen bewaken

Twee dagen achter elkaar volg ik yogales. Ergens tijdens de tweede les, luister ik niet naar mijn eigen lijf. Ik voel wel een rem, maar mijn hoofd overstemt dat en roept: gewoon doorgaan. Gevolg: ik heb een aantal dagen pijn aan mijn vingers, polsen en onderarmen. Dat betekent rustig aan doen. Mijn armen laten rusten, vooral mijn vingers. Dus weinig mijn fijne motoriek gebruiken, weinig computergebruik dus. Gelukkig kan dit. Als ik na een paar dagen weer naar yogales ga, is de pijn al bijna weg. Dan geef ik toch maar aan de docente aan dat ik last heb van mijn handen en ze geeft me instructie hoe ik de oefeningen anders kan doen.

Grenzen bewaken dus. Dat is niet altijd makkelijk. Dan ga je wel eens onderuit, omdat ik niet luister naar mijn lijf. Gelukkig weet ik nu dat de beperking die ik mezelf dan noodgedwongen op moet leggen tijdelijk is. Daar dacht ik vroeger anders over. Vooral toen ik tijdens mijn studie RSI had. Dan wist ik niet of het ooit nog goed kwam. Of ik ooit weer verder kon studeren en mijn diploma zou halen. Dat is uiteindelijk gelukkig wel, met wat aanpassingen en welwillende docenten, gelukt.

Voor nu geldt: rustig aan weer opbouwen. Mijn lijf niet overbelasten, maar er naar luisteren. En vooral onthouden: dit gaat over. Gelukkig wel.

Ode aan yoga

Zoals ik al schreef in mijn vorige blog zou ik iets schrijven over wat yoga voor mij en mijn proces betekent. Ik volg lessen sinds het begin van dit jaar. Yoga was een van de weinige dingen (op werk en therapie en leuke dingen doen na) waar ik, hoewel onbewust, steeds meer energie en tijd aan besteedde.

Ik voelde mij in het dagelijks leven heel vaak niet veilig. Bijvoorbeeld in gesprek met een collega op het werk, wilde ik het liefst ergens praten waar er niemand was. Niet dat de woorden zoveel prijs gaven van het onderwerp wat we bespraken, maar mijn gevoel van opgejaagdheid en angst ‘dat men mij zou horen en weten waar we over spraken’ was er niet minder om. Mijn oude angsten staken de kop op. In mijn lichaamstaal was dit wellicht goed te zien, maar daar lette ik zelf niet op. Ik was te hard bezig met overleven.

Wanneer ik op mijn mat zat, luisterend naar de rustige stem van de docente, kon ik die overlevingsstand tijdelijk even uitzetten. Dan was de yogamat een veilige plek. Een plek waar mij en anderen steeds weer duidelijk werd gemaakt dat je mocht luisteren naar jezelf. Naar je mogelijkheden om de oefeningen te doen op een manier die je lichaam op dat moment aankan. En dat dat goed genoeg is. Dat je alleen maar hoeft te ervaren wat er op dit moment in de les gebeurt. Dat dat er mag zijn van jezelf. En als het er nu niet mag zijn, dat je dan een ander moment, buiten de les, vindt om die emotie of dat gevoel te mogen voelen. Dat dat óók oke is.

Ik wist zeker dat er niemand in mijn ruimte, op de mat, kwam. Die boodschap had ik blijkbaar zo nodig. Dat het, steeds stapje voor stap, ook mogelijk was om me veilig te voelen als het een volle les was en er dus veel mensen aanwezig waren. Dat het ook veilig was als er niet alleen vrouwen aanwezig waren, maar ook mannen. Dat het ook veilig was als er een man naast me keihard lag te snurken tijdens de eindontspanning en ik me daar aan stoorde. Omdat het geluid me onveilig deed voelen. Dat het ook goed was als ik niets zei wanneer er na de meditatieles in een kringgesprek nagepraat werd. Dat dat allemaal okee was.

Die boodschap is zo anders dan wat er ‘buiten’ in de maatschappij wordt gevraagd: presteren. Dan hol ik van de ene afspraak naar de andere, mijn lijf negerend. Nu weet ik wel dat alleen maar in de relax-stand, steeds jezelf en je eigen gevoelens voelend, ook niet realistisch is. Zo is het leven niet. Dat is er een van ups en downs. Maar voor mij waren en zijn de yogalessen wel het voorbeeld dat ik meeneem naar buiten. Naar de rest van mijn leven. Wat ik steeds weer probeer te doen: luisteren naar mezelf, zacht zijn voor mijzelf.

Een ander aspect van yoga wat me raakt is het lichaamsbewustzijn. Met je volle aandacht in je lijf zijn. Dat heb ik echt moeten leren. Ook weer stap voor stap. Yoga is daar een mooi middel voor. Op de mat kom je jezelf tegen. Leren dat het normaal is om lichamelijke spanning te ervaren tijdens een oefening. Dat dat niet betekent dat je dan gelijk moet opgeven. Dat dat ook niet betekent dat er gevaar dreigt of er iets mis is. Dat je naar die spanning toe kunt ademen, om het zachter te maken. Dat het een uitdaging is om je fysieke en mentale grenzen te voelen en respecteren. Dat dat niet altijd lukt. Maar dat dat ook niet erg is.

Het is wat het is, zegt de liefde. (Erich Fried)

Een uitspraak die ik in een rouwkaart van een bekende las en erg mooi vind. Dat doe je immers steeds bij alles wat je tegenkomt in de yogales. Het mag er allemaal zijn. Je mag het erkennen. Jij mag er zijn. Dat is wat de yogadocente steeds weer uitdraagt en benadrukt. Die boodschap Jij mag er zijn in positieve vorm is heerlijk tegengesteld aan wat ik ooit als kind leerde -Jij mag er niet zijn- naar aanleiding van mijn ervaring met seksueel misbruik.

Nu is het anders en dat is zo fijn om te ervaren!

Dankjewel yoga, dankjewel docente voor wat jullie me leerden en leren!